Kermis in Tubbig

Foto: Redactie

Het is zaterdagmiddag 14 uur als ik met vrienden op de kermis in Tubbergen loop. Pal achter de fietsenzaak van Harry Buyvoets op de Oude Markt staan de rupsbaan, zweefmolen en luchtschommels; onze favoriete attracties.

Maar ook de boksbal, Kop van Jut en de hoorns van een stier zijn een uitdaging. Dames op de kermis zijn ogenschijnlijk toch wel onder de indruk van die macho’s. Samengevat: eind van de middag loop ik met mijn nieuwe vlam naar de achterkant van de melkfabriek. De ultieme zoenplek. Best wel spannend, zo’n kermis.

Net op het moment dat we het donkere steegje tussen de fabriek en het kerkhof in lopen, knijpt diezelfde vlam (inmiddels getrouwd en 52 jaar later) mij in de wang en zegt: “Opa, wakker worden. Je kleinzoon is er. Hij wil met jou naar de kermis”. Ik veer rechtop uit de bank en een poosje later loop ik met het manneke, nu op het Raadhuisplein, op de kermis in Tubbergen.

Tijden veranderen. Geen schommels of hoorns van een stier, maar hypermoderne attracties met namen uit het heelal. Razendsnel, hoog, hard en met hééééél veel lawaai. Het ventje heeft de dag van zijn leven en tot mijn verbazing kent hij bijna alle namen van die grillige draaitollen. Na afloop een ouderwetse suikerspin. Dat dan weer wel. Hij is nog te klein voor een vriendin. Bovendien is de melkfabriek verdwenen. Dan nog maar een extra rondje in de Octopussy of zoiets en daarna terug naar oma voor de chocolademelk. En zo heeft iedereen zijn eigen fantastische momenten op de Tubbergse kermis.

Toen ik vroeger als jochie van een jaar of tien voor het eerst alleen naar de kermis mocht, zei mijn vader tegen mij dat ik niet al mijn geld (verdiend met ‘tuffels gadderen’) moest “verdraaien”, maar dat ik er ook iets lekkers voor kon kopen. Eigenlijk heb ik dat nooit begrepen; het was immers toch kermis.

Toch zullen de ouderen onder ons zich vast nog wel herinneren dat er vroeger vanaf een vrachtwagen druiven werden verkocht door een handige kermis-marktkoopman. Eén tros witte druiven voor een kwartje en drie voor een gulden. En dan nog één tros rode druiven gratis voor niets cadeau, omdat het kermis was. Snel je hand opsteken, want de voorraad was beperkt.

Zo ging mijn vader destijds naar huis met twee kilo druiven voor slechts één gulden. Bij onze eigen Groentehal Oosterik aan de Grotestraat hadden die 40 cent per kilo gekost. Toch ging hij tevreden naar huis. Hij had immers niet alles “verdraaid”…

J. Kwibus

Reacties