Politie: In meerderheid gevallen op tijd bij spoedgevallen

23 jun 2014, 16:56 1-1-2
schermafdruk 2021 01 06 092903
Redactie

De politie in de regio Oost-Nederland is afgelopen jaar in 85,5% van de spoedmeldingen binnen 15 minuten na de eerste melding ter plaatse. Daarmee wordt het resultaat voor het tweede opeenvolgende jaar verbeterd (2012: 83,7 %, 2011: 80%). "We moeten er zijn als de burger in nood is", zo laat de organisatie weten.Met dit cijfer wordt voldaan aan de landelijk gestelde norm (85%). In een aantal gemeenten wordt dit cijfer zelfs ruimschoots gehaald. Voorbeelden daarvan zijn Apeldoorn (90%), Arnhem (87%), Deventer (95%), Harderwijk (90 %), Hengelo (92%), Nijmegen (89%), Wageningen (91%), Zwolle (93%).

Er zijn echter ook gemeenten waar het cijfer achter blijft. Voorbeelden daarvan zijn Lingewaal (57%), Millingen aan de Rijn (36%), West-Maas en Waal (56%), Rijnwaarden (63%), en Tubbergen (60%). In het algemeen zijn dit gemeenten in afgelegen gebieden.

Dat reactietijden niet alles zeggen over de bijdrage van de politie aan de veiligheid, toont de situatie in Tubbergen wel aan. In de afgelopen jaren was deze gemeente de veiligste van Nederland, ook al blijven de resultaten op het gebied van reactietijden achter.

'Prio1 is voor iedereen'

De politie onderzoekt voortdurend hoe ze zo efficiënt mogelijk aan deze belangrijke taak kan voldoen. Uiteraard wordt in acute noodsituaties er alles aan gedaan om zo snel mogelijk ter plaatse te zijn. Een belangrijk principe is in ieder geval dat 'noodhulp' niet een taak is die alleen door speciale eenheden wordt uitgevoerd; iedereen die op straat is, kan worden ingezet. 'Prio 1 is voor iedereen' is een gevleugde uitspraak binnen de politie.

Aandachtpunt

Pim Miltenburg, plaatsvervangend politiechef van de eenheid Oost-Nederland: "Ondanks deze maatregelen zal de reactietijd in gemeenten in afgelegen gebieden -ondanks alle maatregelen- een aandachtspunt blijven. Het garanderen van de gestelde norm in ieder dorp en stad, vraagt excessief veel personeel en dat zou niet in verhouding zijn met de werkdruk en het aantal incidenten. Dit zou ten koste gaan van ander politiewerk (zoals de aanpak van woninginbraken, recherche-onderzoeken, verkeersveiligheid) in de betreffende gemeenten en andere steden en dorpen."