Begin 2012 hebben het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en KWR Watercycle Research Institute (voorheen KIWA) een contra-expertise uitgevoerd naar de risico's tijdens en na de sanering van de teerput Vasse.
Begin 2012 hebben het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en KWR Watercycle Research Institute (voorheen KIWA) een contra-expertise uitgevoerd naar de risico's tijdens en na de sanering van de teerput Vasse.
Het onderzoek vond plaats in opdracht van de provincie Overijssel. Dorpsraad Vasse had hierom gevraagd naar aanleiding van bezorgdheid bij de bevolking over eventuele risico's voor de gezondheid van passanten en omwonenden, nu en in de toekomst.
GGD Twente heeft beide rapporten bestudeerd en een gezondheidskundige interpretatie van beide onderzoeksrapporten opgesteld.
Wanneer zijn er gezondheidsrisico's?
De teerputten bevatten allerlei meer of minder schadelijke stoffen. Voordat deze stoffen de gezondheid kunnen beïnvloeden, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- de betreffende stof moet in een bepaalde mate giftig zijn;
- mensen moeten de stof op of in hun lichaam krijgen, in een hoeveelheid die groter is dan de gezondheidskundige grenswaarde. Daarvoor moet de stof in voldoende hoge concentratie voorkomen in water, lucht of bodem.
Gezondheidsrisico's kunnen dus alleen optreden als aan beide voorwaarden is voldaan.
Wat zijn de belangrijkste conclusies op basis van de rapportages van RIVM en KWR?
- In de huidige situatie zijn er geen gezondheidsrisico's voor omwonenden en/of passanten, via de mogelijke blootstellingsroutes: vervluchtigen van stoffen, verwaaien van verontreinigde (bodem)deeltjes of contact via het grondwater.
- De beïnvloeding van het grondwater is tot op heden beperkt gebleven tot de directe omgeving. De benedenstrooms gelegen veedrenkputten en beregeningsput (op 700m. tot 1000m. afstand) zijn nog niet bereikt.
- Het water dat door de Teerput beïnvloed is geweest zal over circa 130 jaar op kwellen aan de westrand van de Slenk va Reutum (het is niet zeker dat dat water dan nog verontreinigen bevat).
- De grondwaterwingebieden van Manderveen en Manderheide worden niet beïnvloed door de aanwezigheid van de teerputten, hetgeen overeenkomt met de eerder door Vitens getrokken conclusie.
- De gehaltes aan nikkel in het grondwater bij de Teerput wijken niet af van de natuurlijke achtergrondgehaltes.
- Er is geen volledig beeld van de relevante stoffen en mate van grondwaterverontreiniging.
Hoe zit het met de nazorg van de sanering?
- Na uitvoering van de sanering zal de verontreiniging zijn afgedekt waardoor het risico op uitloging van schadelijke stoffen uit de zuurteer door regenwater minimaal zal zijn. Dit geeft een verdere beperking van het risico op verspreiding van de vervuiling via het grondwater.
- Zolang na afronding van de sanering de bovenafdichting intact blijft, is er geen direct contact met de verontreiniging mogelijk. Een goed nazorgplan is daarvoor nodig.
- Het uitgangspunt bij de sanering is dat een situatie wordt gecreëerd, waarbij ook voor de toekomst de risico's voor gezondheid en voor verspreiding in het grondwater zo klein mogelijk zijn. Toch blijven er nog onzekerheden over hoe de situatie zich in de toekomst zal ontwikkelen. Daarom is een goede nazorg van de saneringslocatie van groot belang. Met een goed monitoringsprogramma kan de ontwikkeling van de verontreinigingssituatie worden bewaakt en kan worden voorkomen dat zich onverwacht ongewenste situaties voordoen.
Wat zijn de afspraken tussen de provincie en de Dorpsraad?
- Om ook risico's in de toekomst uit te sluiten is nazorg gericht op het intact blijven van de bovenafdichting noodzakelijk. Aandachtspunt hierbij is de hoogte van de begroeiing.
- In de nazorgfase dient de kwaliteit van de monitoring van de verspreidingsrisico's te worden verbeterd om de 'vinger goed aan de pols' te houden. Hiervoor dient na afronding van de sanering een monitoringmeetnet te worden ingericht. Voor het uitvoeren van het monitoringsmeetnet wordt aanbevolen het aantal peilbuizen uit te breiden. Het precieze aantal peilbuizen dat moet worden bijgeplaatst en de plaats waar zij moeten komen kan nu niet worden bepaald want dat is mede afhankelijk van de peilbuizen die eventueel na de sanering op de teerput aanwezig blijven.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten voor het monitoringsmeetnet?
- Uitbreiding peilbuizenmeetnet: locatie, filterstelling (onderzijde watervoerende laag).
- Starten met een nulmeting inclusief bemonstering van de veedrenkputten.
- Frequentie van metingen.
- Uitvoeren van brede screening op waterfase:
- Aandachtspunten vanuit Dorpsraad Vasse.
- Na uitvoeren van een brede screening worden tracerstoffen en een beoordelingskader in overleg met het RIVM vastgesteld.
- VOCl (vinylchloride) wordt gemonitord;
- Op dioxines zal een bemonstering van het grondwater plaatsvinden.
- De monitoringresultaten dienen op een inzichtelijke wijze met de omgeving te worden gecommuniceerd (b.v. in de vorm van een grafiek met actiewaarden niveau's erin). Tevens dient een beslisboom als onderdeel van de monitoringsplan te worden opgesteld: wanneer worden welke acties ondernomen?
- In de nazorgfase dient monitoring van de vrijkomende luchtfase plaats te vinden op zowel toxiciteit van de vrijkomende gassen als geurhinder. Deze monitoring zal plaatsvinden via het aan te leggen gasopvangsysteem.
Wanneer wordt de sanering hervat?
Halverwege augustus 2012 worden de werkzaamheden hervat. De verwachting is dat de sanering medio 2013 gereed is.
Vervolgacties
Het nazorgplan wordt opgesteld door de provincie. Het is zaak dat hierbij goed de vinger aan de pols word gehouden, en dat regelmatig en op tijd afstemming plaatsvindt met de dorpsraad en omwonenden/belanghebbenden.