
De gemeente wijst de bezwaren van een vrouw uit De Lutte, die voorheen tegenover het Schaepmansbeeld in Tubbergen woonde, van de hand. Het desbetreffende pand is in 2007 afgebrand. Ze had daarna 2 jaar de tijd om te herbouwen, maar de aanvraag daarvoor is door het college van B&W geweigerd wegens strijd met het Bouwbesluit. En haar bezwaarschrift hiertegen is niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze te laat was ingediend."Er zijn de afgelopen jaren heel wat bezwaar- en beroepsprocedures gevoerd over bouwrechten op de percelen die tegenover het welbekende beeld van dr. Schaepman liggen. De ontstane situatie is tamelijk ingewikkeld, zowel feitelijk als technisch", geeft wethouder Jos Harmelink toe. "De enige procedure die nu nog loopt, is deze planschadeprocedure. En die wijzen we af, net zoals het advies van de bezwaarschriftencommissie luidt."
Planschade?
Bij een planschadeonderzoek wordt de oorspronkelijke situatie vergeleken met de huidige situatie. Het gaat hierbij om een vergelijking van planologie, waarbij de mogelijkheden van toen en nu maximaal worden ingevuld. Het recht op planschade kan worden ingeperkt als de aanvrager de schade had kunnen voorzien of als hij/zij de schade kon voorkomen dan wel beperken.
In dit geval gaat het om een vergelijking tussen de bestemmingsplannen 'Buitengebied 1982' en 'Buitengebied 2006'. Op 31 mei 2007, het moment waarop dat laatste bestemmingsplan in werking tradt, werd op het perceel de bestemming 'Horeca' vervangen door 'Woondoeleinden'. Op dat moment stonden er binnen het bestemmingsvlak feitelijk 3 woningen (Almeloseweg 61, 63, 63a), terwijl de bestemming slechts ruimte bood voor 2 woningen. Op 7 juli 2007 is de woning van de klaagster door brand verwoest.
Bezwaarschrift
De vrouw is teleurgesteld. Ze bezit momenteel wel een perceel met de bestemming woondoeleinden, maar kan er geen woning op realiseren omdat de binnen het woonvlak toegestane 2 woningen al zijn gerealiseerd. In haar optiek is zij 'wegbestemd' en heeft zij dus recht op een planschadevergoeding. Haar advocaat schrijft hierover in het bezwaarschrift aan het college van B&W: "Cliënte mocht er van uitgaan dat de door u gerealiseerde planologische situatie van cliënte een plek zou krijgen in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied. Dit is niet gebeurt. Als u ter plaatse gaat kijken, dan is de feitelijke functie van het perceel van cliënte slechts nog een voortuin. Ze is volledig weg bestemd."
In het advies van de bezwaarschriftencommissie worden o.a. de volgende elementen genoemd die leiden tot de conclusie dat er in dit geval geen recht op planschadevergoeding bestaat: