
Er zijn veel kansen om de economische betekenis van de hippische sector in de Euregio, grote delen van Nederland en Duitsland, te vergroten. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport 'Het paard als economische factor in de Euregio'. In dit rapport, dat gisterochtend tijdens het CSI Twente CSI in Geesteren werd gepresenteerd, worden de perspectieven van de hippische sector voor de arbeidsmarkt, het toerisme en innovatie in het Euregio-gebied geschetst.Qua paardeneconomie is de Euregio uniek in Europa. Nergens anders is de hippische sector zo breed en zo groot. Er is een goede basis om de sector te laten groeien. Zo blijft de internationale vraag naar paarden, instructeurs en diensten groot en zijn de eigen inwoners onverminderd geïnteresseerd in de paardensport. Bovendien biedt de hippische sector ook veel mogelijkheden voor toerisme, onder meer op het gebied van ruitervakanties en ruiterroutes.
Grensoverschrijdende samenwerking
Het onderzoek is gefinancierd uit een Interreg IVa-subsidie van de EU. Interreg IV-a is het programma van de EU voor grensoverschrijdende samenwerking op economisch gebied. De partners in het project zetten een vervolgproject op om aan de kansen concreet invulling te geven. Op de bijeenkomst tijdens het CSI Twente is hierover intensief gediscussieerd met vertegenwoordigers uit het hippisch bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden.
De belangrijkste uitkomsten:
Gezamenlijk actie ondernemen
De vertegenwoordigers van de Regio Twente en Landkreis Osnabrück waren na afloop zeer tevreden over de resultaten. Roel Cazemier, dagelijks bestuurslid Regio Twente en burgemeester van Dinkelland: "De uitkomsten van het onderzoek en van de bijeenkomst van vandaag bieden volop kansen voor verdere groei en ontwikkeling van de sector. Belangrijk is dat ondernemers, sportbonden, kennisinstellingen en overheden in Nederland en Duitsland gezamenlijk actie ondernemen."
Dr. Dirk Heuwinkel, initiator van dit project en voorheen leider van de afdeling Strategie bij de Landkreis Osnabrück: "Er is nu een stevige basis neergelegd. Het nieuwe Interreg V A programma dat in de Euregio gaat lopen, biedt heel veel kansen om projecten op te zetten. We moeten daarbij aansluiten bij de zaken die Europa belangrijk vindt. Dan gaat het om arbeidsmarkt en innovatie, grensoverschrijdende samenwerking, toerisme en agro & food. In dat laatste thema wordt het paard nog nauwelijks benoemd. Met dit onderzoek, waarin het grote en strategische belang dat de sector voor de Euregio heeft is aangetoond, kan de sector paard de plek krijgen die het verdient."
Op korte termijn zullen de voorstellen worden uitgewerkt om de uitkomsten van het onderzoek om te zetten in concrete uitvoeringsprojecten.
Veel kennis, bedrijven en diensten
Er is veel expertise op gebied van fokkerij, training en sport in de Euregio. Ook kent het gebied een sterke infrastructuur voor de paardensport. Belangrijk ook is het potentieel aan arbeidskrachten en vrijwilligers. De laatste groep speelt een belangrijke rol bij concoursen, evenementen en bij sport- en fokkerijverenigingen.
In de Euregio worden vele kleine en grote wedstrijden en evenementen georganiseerd, waaronder Horses & Dreams en het Turnier der Sieger in Duitsland en het CSI Twente en Military Boekelo-Enschede in Nederland. Het gebied kent een breed aanbod van bedrijven met producten en diensten en er zijn uitstekende dierenklinieken. Een bijzonder sterke basis voor economische groei. Daarvoor is het van belang dat de samenwerking tussen Nederland en Duitsland verder uitgebouwd wordt. Bijvoorbeeld door meer en betere kennisuitwisseling waarmee innovatie bevorderd wordt. Maar ook door de regelgeving beter op elkaar af te stemmen. Op toeristisch gebied kan veel bereikt worden door de paardrijnetwerken aan weerszijden van de grens met elkaar te verbinden.
Ook uitwisseling op gebied van wedstrijden en evenementen biedt veel mogelijkheden. Belangrijk is wel dat onderwijs en arbeidsmarkt op deze ontwikkelingen inspelen. Er moeten voldoende vakkrachten zijn zoals ruiters, instructeurs, paardenverzorgers, dierenartsen, zadelmakers en andere toeleveranciers. Daarnaast dient er een actief vrijwilligersbeleid gevoerd te worden.