Interview met... Jan Olde Meule, oud-profwielrenner

03 mei 2013, 18:20 Sport
ar2hhy2da34f9cjw5zf97jd69 230414

Tijdens de 61e editie van de Ronde van Overijssel is zijn dorp uitgeroepen tot 'Dorp van de Ronde', hoog tijd voor een gesprek met de man die bekend staat in de wielerwereld als 'Piep-Jan'. Dan gaat het natuurlijk over Jan Olde Meule, de man die op jonge leeftijd al vaak op het podium te vinden was.

Tijdens de 61e editie van de Ronde van Overijssel is zijn dorp uitgeroepen tot 'Dorp van de Ronde', hoog tijd voor een gesprek met de man die bekend staat in de wielerwereld als 'Piep-Jan'. Dan gaat het natuurlijk over Jan Olde Meule, de man die op jonge leeftijd al vaak op het podium te vinden was.

Ben je trots dat Tubbergen is vergekozen tot allereerste dorp van de Ronde?

"Zeker, maar het is jammer dat hier geen Koppenberg ligt, want dan zou het dorp te klein worden. Vroeger lag hier nog een klein stukje keien op de Binnenveldsweg, dat maakte Tubbergen toch wel speciaal in het parcours. Ik ben ook trots omdat de route na Tubbergen vaak een breekpunt vormt, want richting Vriezenveen breekt het peloton vaak in waaiers uiteen. Daarnaast heeft Tubbergen natuurlijk een winnaar van de Overijssels Mooiste in z'n gelederen, 'onze' Jan Lenferink. Ik heb tussen 1977 en 1988 een aantal keren samen met hem deelgenomen aan de Ronde. Tubbergen heeft natuurlijk altijd veel wielertalent in huis gehad, mannen als Coen Boerman, Gerben Löwik, Thijs Poelstra en de broers Maarten en Jasper Lenferink. Op dit moment zie ik hier in het dorp ook een aantal talenten die volgens mij ver kunnen komen, Daan Germs en Axel Pol. Voor al die renners, ook die ik eventueel vergeten ben, is de het predicaat 'Dorp van de Ronde' een eerbetoon of een stimulans."

Overijssel's Mooiste, heb je iets met deze koers?

"Maar natuurlijk. Toen ik amateur was, probeerde ik steeds als eerste door Tubbergen te rijden. Dat is me één keer gelukt. In 1976 zat ik mee in een kopgroepje, ik kan je vertellen, dat was wel een heel bijzondere ervaring! Kijk, de heuvelzone rondom Nijverdal en Holten en dan vooral het gedeelte tussen de televisietoren en de finish in Rijssen, maken dit toch wel een zeer speciale koers. Helaas ben ik nooit in de top 10 geëindigd, hoezeer ik ook mijn best ook deed. Vaak werd de koers beslist in de waaiers en daar waren mannen als Jan Lenferink, Herman Snoeiijnk en Arie Hassink toch meer in bedreven dan ik."

Is Tubbergen een echt wielerdorp?

"Tubbergen is mijn ogen nooit een echt wielerdorp geweest in de traditie zoals Enter of St Willibrord, waar een ware wielercultuur heerste en men wereldkampioenen voort bracht. Er komen natuurlijk meerdere renners uit de gemeente Tubbergen en dat geeft toch een soort verbondenheid. In mijn tijd pakte je elkaar dan niet terug in de koers als er iemand uit Tubbergen voorop fietste. Ik denk dat de wielersport in Tubbergen wel een stimulans kan gebruiken. Het zou een goede zaak zijn als de wielertoerclub van Tubbergen de jeugd meer zou inspireren om te gaan fietsen. Er ligt momenteel een supermooie MTB-route en binnen de club zijn genoeg oudere rijders die de jeugd kunnen stimuleren en faciliteren. De WTC zou op die manier een echt alternatief kunnen worden van voetbalclub TVC'28, waar op dit moment bijna iedere jongere in Tubbergen lid van is. Maar wat niet is kan komen, ik ben ervan overtuigd dat de Ronde van Overijssel winnen er voor het jonge talent zeker inzit. Als er maar genoeg toewijding en discipline aan de dag wordt gelegd."

Hoe oud was je zelf toen je voor het eerst op de racefiets stapte?

"Ik ben met 15-jarige leeftijd begonnen als adspirant-wielrenner bij de Oldenzaalse Wielerclub OWC. Ik zat al eerder op de fiets, op de afgedankte racefiets van Jan van der Wal, één van de allereerste wielrenners uit ons dorp. Die had ik opgegraven uit de grond bij de familie Van der Wal op de Tubbergse es, haha. Ik heb dat barrel wat opgelapt en ben er op gaan rijden. Je kunt je wel voorstellen dat het natuurlijk wel een mooie stunt was. Daarna kocht ik van het geld dat ik verdiende, met een vakantiebaantje bij vleesbedrijf Drostimex, een JABO racefiets van Jan Kotte. Een topmerk in die tijd, compleet met tubewielen en daar ben ik toen in 1969 mee naar de zesdaagse van Rijssen getrokken. Daar werd ik fanatiek gecoacht door Johan Minkjan en huidig ploegleider Bertus Brunnenkreeft. Die zesdaagse wist ik dan ook te winnen, net als de ronden van Tubbergen en Weerselo. In 1970 ben ik toen begonnen met de KNWU-wedstrijden als aspirant. Met de hulp en begeleiding van Jozef Lenferink (Elsbrook) wist ik 2 wedstrijden te winnen in Hoogeveen en Denekamp. Belangrijke steun in die tijd waren ook bakker Rein Lenferink en mijn oom Johan Kamphuis. We hadden thuis geen auto en ik kon altijd een beroep op hen doen als wedstrijden te ver weg waren om er met de fiets heen te gaan."

Wat zijn je mooiste herinneringen aan koersen in Overijssel?

"Dan denk ik vooral aan de Overijsselse Kampioenschappen, daar ben ik liefst 9 keer kampioen geweest, zowel op de weg als in het veld. Natuurlijk ook de Ronde van Overijssel, die heb ik 3 keer mogen rijden, in 1975 werd ik 16e, in 1976 werd ik uitgeschakeld bij een valpartij en in 1977 werd ik 18e. Ik heb ook goede herinneringen aan de klimkoers in Nijverdal, de crossen in Denekamp, Enter, Oldenzaal en Almelo, op het parcours in het Nijreesbos Verder vond ik Enschede-Münster een mooie koers. En natuurlijk heb ik mooie herinneringen aan de criterium-vierdaagse van Twente, die won ik in 1988 als liefhebber.

Hoelang heb je in het peloton rondgereden?

"Ik heb vanaf 1970 tot 1996, het geboortejaar van mijn oudste dochter Anne, gereden in diverse categorieën. In 1980 ben ik bij de amateurs B (liefhebbers) gaan fietsen, omdat het topwielrennen moeilijk te combineren bleek met mijn universitaire studie in Nijmegen. Ik heb bij verschillende ploegen gereden. Als amateur zat ik gereden bij Ketting Didam en Elite Meubel - Ketting Shimano. Ook heb ik met een clubsponsor bij OWC Oldenzaal gereden, samen met Herman Snoeijjink, onder andere bij In Pace begrafenisverzekeringen. Mijn wielerclubs waren OWC Oldenzaal en De Zwaluwen Almelo, waar ik 2 jaar voor gereden heb."

Competitief sporten is nog steeds een uitdaging?

"Ja, het is nog steeds geweldig en ben nog fanatiek. Ik rij nog in de GOW veldrit competitie en eindigde deze winter bij de 50+ als 5e in het eindklassement. Daarnaast rij ik mountainbike-marathons, een echte uitdaging, lange afstanden met veel hoogtemeters. Ik heb wel besloten dat ik over 2 jaar, als ik 60 wordt, gas terug ga nemen. Ik denk dat ik dan maar lekker ga toeren met en wil gaan meer gaan toeren bij WTC."

Sta je op 4 mei langs de kant om te genieten van het wielerspektakel?

"Ik ga elk jaar even kijken, vaak op een rustige plek en ik laat dan het gehele gebeuren even op me inwerken. Vaak wordt er nog gezwaaid door de vele bekenden die meerijden met de reclamekaravaan of vanuit de ploegleiderswagens. Meestal zoeft het peloton in een enorme vaart voorbij en kan ik met moeite de renners herkennen. Ik kijk achteraf altijd naar de uitzending op RTV Oost, dan is het toch beter te volgen en zie je meer van de koers."

Tot slot, hoe kom je aan je bijnaam?

"Haha, dat is ook een mooi verhaal. Mijn vroegere mecanicien Bertus van der Horst uit Almelo, hij was een van de weinigen die de dure wielertuben kon plakken, hield wel van een plagerijtje. Vaak kwamen er meerdere renners bij Bertus in het schuurtje en op een dag kwam ik er met een vervelende piep in mijn freewheel. Ik reed toen nog als nieuweling met een vast verzet. Bertus kon in eerste instantie niet de oorzaak vinden, maar stelde dat ik zelf ook niet moest piepen. 'Je bent ook wel een Piep-Jan' stelde hij, ook omdat ik altijd hoge eisen stelde aan mijn materiaal. Andere renners, die ook in de schuur bij Bertus waren op dat moment, bazuinden die naam later rond in de wielerwereld. Zo is het toen blijven hangen."