
Na een jaartje afwezigheid is de Stichting Historische Motorraces terug van weggeweest. Ditmaal met een uniek programma op 2e Pinksterdag. Boet van Dulmen, Wil Hartog, Mile Pajic, Patrick van den Goorbergh, Duke Wille en vele andere motorcoureurs zijn dan van de partij. Kortom, de racelegendes van weleer komen terug naar Tubbergen.Op Tweede Pinksterdag (9 juni) van dit jaar komen nagenoeg alle voormalige Grand Prix-wegracers van Nederland uit de jaren '70 en '80 naar Tubbergen voor een Classic GP-parade.
Beide initiefnemers van de nieuwe opzet, Rob Filart en Rob Vennegoor, wilden naast de klassieke motoren en coureurs ook wat jongere en meer herkenbare racers bij elkaar brengen. En dan niet een paar, maar alle Nederlandse wegracers die in de Grand Prix-wereld hebben gereden. Filart: "Van de naam Tubbergen, een magische in 'wegraceland', gaan vele harten sneller kloppen. Om de jongere generatie opnieuw een beleving van hun helden en moteren, maar tegelijkertijd de ouderen te laten genieten van hun tijdperk, hebben we een unieke mix van - zeg maar - jong en oud op het programma staan."
Nagenoeg iedereen die gevraagd is, wilde hieraan meewerken. "Oud-coureurs als Wil Hartog, Theo Bult, Marcel Ankoné en Boet van Dulmen zie je links en rechts nog weleens op klassieke races en meetings, zoals bij de Classic TT. Maar jongens als Willem Zoet en Leon van der Heijden zijn, nadat ze gestopt waren, nooit meer met hun motor bij welk evenement dan ook weer verschenen. Nu dus wel. Voor Tubbergen maken ze een uitzondering. De eerste startrij is in Europa nog nooit vertoond, zo uniek", legt de in Manderveen woonachtige Filart uit. Ze krijgen tijdens de Historische motorraces op het industrieterrein in Tubbergen gezelschap van regionale beroemdheden als Gerard van de Wal, Hennie Boerman en André Stamsnijder.
Op het terrein van de Praxis, tegenover de motorenzaak van Jos Engbers, komt een heus rennerskwartier. "Dat kan het publiek genieten van de motoren, het geluid, de sfeer; niet alleen het racen. Dus dat ze de coureurs ook daadwerkelijk kunnen zien. Naar de toekomst toe, we hebben afgesproken dat we het eerst weer moeten opstarten. De mensen moeten het verbrande rubber, de ronkende tweetaktmotoren meemaken. Dat hebben we bij deze dan weer bereikt. Wat we volgend jaar doen, of we het anders aanpakken of op dezelfde manier doen, laten we nu nog even in het midden."
