"Riek rekk’n en aarm vrett’n", zei mijn vader vroeger toen ik met kulargumenten een brommer op afbetaling wilde kopen.
Bij de gemeente Tubbergen is het niet veel anders. Daar zijn ze hard op zoek naar geld. Ideeën over waar ze allemaal op kunnen bezuinigen zijn ronduit verbluffend. Toch ben ik bang dat het de komende jaren gewoon betalen wordt. Door u en mij.
Ja, het klopt dat de grootste geldschieter, de Rijksoverheid, d'r broekriem aanhaalt. Ook daar snakken ze naar geld vanwege drie geldverslindende thema’s: milieu, asiel en hun eigen onderkomen kosten immers miljarden extra. Maar in Den Haag zien ze ook de ongebreidelde drang van gemeenten om geld uit te geven. Neem nou de uitbreiding van het ambtenarenkorps bij Noaberkracht sinds 2016: van 300 naar ruim 500, terwijl inkrimping door samenwerking juist de bedoeling was.
Trouwens, de kans is groot dat binnen een paar jaar alleen de burgemeester nog overblijft. De rest wordt dan wel geregeld via AI. Over het algemeen zitten er in de raad toch alleen maar mooiweerpraters en geen financieel deskundigen. Sinds meester Bert Bekhuis met pensioen is, kan er niemand meer rekenen. Wel zijn ze een kei in knutselen met kurk, en vooral in discussiëren.
Die nieuwe creativiteit vind je terug in de huidige gemeenteraad. Een mooi verhaal in de krant, iets over ‘scherp aan de wind zeilen’. Nu vraag ik mij af welke ambtenaar er een zeiljacht bezit (leuk item voor een column).
Op voorhand hebben ze al een paar potjes gevonden: het onderhoud aan de wegen wordt op de lange baan geschoven en er komt een graai in de ‘gemeentelijke’ spaarpot. Maar dat is een typefoutje; het moet zijn ‘onze’ spaarpot.
Maar alle ideeën ten spijt: het college zal vast niet in eigen vlees snijden. Reken maar dat de lucratieve WOZ-melkkoe weer van stal wordt gehaald. Of misschien verzinnen ze wel de AHB-belasting, oftewel de aanwezigheidsbelasting: betalen voor het kale feit dat je in Tubbergen leeft. Tja, zo’n ambtelijk apparaat moet toch ergens van betaald worden.
Kwibus