Gemeente ongewild betrokken bij Langeveense burenruzie

21 aug 2013, 13:35 Gemeente
wpywgtomw6f58yqbn16stfm0r toga
Onbekend

"Soms wordt de gemeente gebruikt om civiele geschillen op te lossen", verzucht burgemeester Mervyn Stegers. Hij doelt op het dossier 'Vlierakkersweg te Langeveen'. "Het kost niet alleen ons aardig wat mankracht en tijd om iedere keer weer handhavend te moeten optreden, maar dus ook de samenleving veel geld."Het gaat om de families Broenink en Hagedoorn, die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. De een vindt dat 'ie recht van overpad heeft betreffende grond dat in eigendom is van de ander. Inmiddels worden er jaren lang, door beide partijen, allerlei dingen bedacht om elkaar het leven zuur te maken. En die geschillen worden tot aan de hoogste rechters uitgevochten.

Spullen blokkeren de weg

Op 11 januari 2011 heeft het college van B&W besloten om het verzoek van Broenink tot handhavend optreden tegen de opslag van voorwerpen, stoffen en materialen op de percelen en de verbindingsweg (in eigendom van Hagedoorn) aan de Vlierakkersweg te Langeveen afgewezen.

Bij besluit van 5 juli 2011 heeft het college van B&W het door de heer Broenink daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 25 juli 2012 heeft de rechtbank Almelo het door de heer Broenink daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 5 juli 2011 vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak heeft de heer Hagedoorn hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 7 mei 2013 heeft het college naar aanleiding van het door Broenink gemaakte bezwaar besloten om Hagedoorn, onder oplegging van een dwangsom, te gelasten het gebruik van de percelen als stort- of opslagplaats (in strijd met de aan deze percelen gegeven bestemming) te beëindigen en beëindigd te houden. Tegen dit besluit hebben de heer Broenink en de heer Hagedoorn beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De beroepen zijn op 4 juni jongstleden behandeld bij de Raad van State. Deze heeft op 10 juli de ingediende beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staan geen rechtsmiddelen meer open