Heidekoeien op de Manderheide uitgezet

Foto: Rick Staudt

De Manderheide is drie bijzondere, nieuwe inwoners rijker met twee heidekoetjes en een stier.

Half september hebben de beesten (met de namen Ragnarsson, Lammegien en Grietje) er hun intrek genomen. Ze gaan aan de slag met twee belangrijke taken: grazen en zich vermeerderen.

Met de komst van de heidekoeien weten terreinbeheerder Rick Staudt van Landschap Overijssel, en de vrijwilligersploegen die hem regelmatig ondersteunen, zich jaarrond verzekerd van extra hulp bij het in toom houden van de jonge aanwas op de heide. Staudt: “We kiezen bewust voor een mix van maaien, begrazen en handmatig beheer. Begrazing heeft duidelijk toegevoegde waarde ten opzichte van maaien. Schapen en runderen gaan niet alleen ongewenste groei – van jonge boompjes en grassen bijvoorbeeld – tegen, ze veranderen ook de begroeiing van het gebied waar ze lopen. Daarnaast verspreiden ze voedingsstoffen via hun ontlasting en nemen ze zaden mee in hun vacht, die er ergens anders weer uit vallen.”

“Hun mest voegt niets toe aan het gebied en is dus niet schadelijk”, vervolgt Staudt. “Immers: alles wat ze aan voedsel vinden en opeten, en weer uitpoepen, was er al. We voegen geen kunstmest toe, en ook geen voer dat ergens anders is verbouwd of supplementen. De heidekoeien zijn een schakel in de natuurlijke kringloop in het gebied. Te vergelijken met bijvoorbeeld reeën die er ook leven, en de schapen die er al jarenlang grazen.”

‘Al aan het werk’

De koetjes lopen voorlopig ten westen van de Uelserweg. Later zullen ze ook in andere delen van het gebied rondstruinen. Borden bij de ingangen ‘waarschuwen’ wandelaars dat ze een gepaste afstand (minstens 25 meter, liever nog wat meer) van de dieren moeten houden en ze met rust moeten laten. Niet voeren dus. En honden aan de lijn. Eerder dit jaar geplaatste hekken en rasters helpen te zorgen dat de koeien op de juiste plekken grazen.

Staudt: “Dat gaat er vooral over dat ze niet de verkeerde jonge aanwas opeten of dat ze niet zomaar de Uelserweg kunnen oversteken. Qua archeologische resten hoeven we niets in de gaten te houden, da’s ook een voordeel van deze manier van beheer: ze beschadigen niets in de bodem. En ze kunnen gewoon doorwerken in het broedseizoen. Ideaal!”

Reacties