Twentse hulp voor Utrechtse oorlogskinderen uit de vergetelheid gehaald

Tijdens de hongerwinter van 1944-1945 werden zowel in Geesteren als Tubbergen diverse kinderen uit Utrecht opgevangen door de inzet van enkele kapelaans, zo blijkt uit het onlangs uitgebrachte boek Kapelaan in oorlogstijd | Dagboek van Theo Egberts.

In november 1944 begint de Utrechtse kapelaan Theo Egberts (1906-1975), gewapend met typemachine en een beperkte hoeveelheid papier, met het vastleggen van de gebeurtenissen in zijn parochie. Het eindeloze gebel aan de pastoriedeur van wanhopige Utrechtenaren die geen eten meer hebben. Radeloze moeders, mokkende vaders, krijsende baby’s. De volle huiskamers waar met alles wat los en vast zit wordt geprobeerd om het warm te stoken, waar kinderen zonder ondergoed spelen in de ondraaglijke stank van opgewarmd gaarkeukenvoedsel.

Op 27 augustus 2021 is zijn integrale dagboek verschenen, aangevuld met een portret van de markante geestelijke Theo Egberts. Tijdens de oorlog is die Egberts (Enschede) kapelaan in een van de grootste stadsparochies van Utrecht, samen met pastoor Lambert van der Heijden (Hilversum) en de kapelaans Hannes Vernooij (Schalkwijk) en Bernard Koopmans (Tubbergen). De vier zielenherders vinden het leed vaak niet te harden en komen in actie. Met succes.

Twentse hulp voor Utrechtse parochianen

Dankzij hun onvermoeibare inspanningen en het familienetwerk van kapelaan Koopmans slagen hij en Egberts erin ruim 300 kinderen in Twente ondergebracht te krijgen. Daar is nog wel eten voor de kinderen “met een ribbenkast waar je dwars doorheen kan kijken”. Dankzij de vrijgevigheid van de Twentenaren gaan er tonnen voedsel naar Utrecht. Voor de gaarkeukens die de parochie opzet, maar ook voor een extraatje met kerst voor alle 1.100 gezinnen in de parochie. Een bijzondere rol is weggelegd voor het (katholieke) Utrechtse transportbedrijf Jongerius, dat het vervoer van voedsel en kinderen regelt.

Het dagboek van kapelaan Egberts omvat zestig broze en vergeelde velletjes A-4 aan twee zijden van onder tot boven vol getypt en een aantal originele kranten uit 1945. Het werd in 2001 ontdekt in het archief van de rooms-katholieke parochie Maria Vlucht in het Twentse Glanerbrug. Daar was Egberts, zoals hij in zijn dagboek ooit vurig wenste, in 1962 pastoor geworden en in 1975 overleden.

Auteur

Christa van Hees kreeg in 2020 bij toeval een kopie van het dagboek onder ogen en besefte onmiddellijk de historische waarde ervan. Het schetst niet alleen een uniek beeld van wat zich in de huiskamers van de parochianen afspeelt, maar biedt ook een gouden inkijkje in wat er achter de pastoriedeur gebeurt. Het stijgt daarmee uit boven het ‘gewone’ oorlogsdagboek.

De auteur (geboren en opgegroeid in de Dichters- en Rivierenwijk) vulde het dagboek aan met een postuum portret van de man die het schreef. Ze voegde bovendien een aantal toelichtende verhalen toe. Over de kinderen die de laatste oorlogsmaanden in Twente doorbrachten, over de gezinnen die ze daar opvingen, over kapelaan Bernard Koopmans en over het Utrechtse bedrijf Jongerius.

Met dit boek voegt ze niet alleen een nieuw hoofdstuk toe aan de oorlogsgeschiedenis van Utrecht en Twente. Het boek Kapelaan in oorlogstijd | dagboek van Theo Egberts schetst daarnaast het leven van een bijzondere geestelijke, zijn collega’s en zijn persoonlijke invulling van het katholieke geloof. Theo Egberts was kapelaan in Balk, Zwolle en Utrecht en pastoor in Emmer-Compascuum en Glanerbrug (Enschede), waar hij is begraven. Zijn jeugd bracht Theo Egberts door in Doetinchem.

Praktische informatie

Kapelaan in oorlogstijd | Dagboek van Theo Egberts (ISBN 978 90 9034 647 2) is tot stand gekomen door de pro deo-inzet van de schrijfster en vormgever Nico Dielen, met steun van vijf fondsen in Twente en Utrecht. Het boek, op A4-formaat en met harde kaft, telt 208 pagina’s en ruim 200 vaak unieke illustraties. De prijs is 19,95 euro. Kijk voor meer informatie en verkoopadressen op www.kapelaaninoorlogstijd.nl.

Reacties