
Tubbergen en Dinkelland hebben op 15 januari ingestemd met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Dit nieuwe beleid biedt ruimte voor ontwikkelingen, onder voorwaarde van een balans in ruimtelijke kwaliteit.
Tubbergen en Dinkelland hebben op 15 januari ingestemd met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Dit nieuwe beleid biedt ruimte voor ontwikkelingen, onder voorwaarde van een balans in ruimtelijke kwaliteit.
Binnen het bestaande beleid is het voor een ondernemer niet of nauwelijks mogelijk in het landelijke gebied uit te breiden. Deze kwaliteitsimpuls biedt voor die situaties kansen. Wèl moeten kwantiteit en kwaliteit met elkaar in balans zijn.
Verantwoordelijk wethouder Jos Harmelink: "Tubbergen en Dinkelland hebben samen het beleidskader KGO opgesteld. Het is een doorvertaling van het provinciaal beleid naar gemeentelijk beleid. De ambitie is een kwaliteitsontwikkeling in gang te zetten, waarbij elk project, elke ontwikkeling bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. We hebben een prachtig buitengebied dat even waardevol als kwetsbaar is en waar we zuinig op moeten zijn. Daarom willen we onnodig ruimtebeslag op de groene omgeving tegen gaan. Uitgangspunt is evenwicht tussen ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties. Dit betekent dat voor een ontwikkeling met een grote of negatieve impact op het gebied een hogere tegenprestatie wordt verwacht."
In de praktijk betekend het dat als een bedrijf, dat al in het buitengebied is gevestigd en waarbij het niet gaat om VAB (Vrijgekomen Agrarische Bebouwing), verder wil uitbreiden, deze ook moet investeren in de directe omgeving. Als dat laatste niet mogelijk is, dan moet geld worden gestort in een speciaal fonds dat ten goede komt van het elders verbeteren van de omgeving.
"Bouwgrond op een industrieterrein kost ongeveer €90 per m2. In samenwerking met de gemeenteraad zijn we uitgekomen op zo'n €50 per m2 in het buitengebied, voor bedrijven die daar willen uitbreiden. Normaal gesproken kost landbouwgrond gemiddeld €3 per m2. Het verschil moeten bedrijven dus investeren in de direct omgeving."
Door deze nieuwe benaderwijze hoeft de gemeente niet iedere keer toestemming te krijgen van de provincie Overijssel, maar kan het zelf bepalen welke bedrijven in aanmerking komen. "Het gaat om zeker 10, maar maximaal 20 bedrijven in de gemeente", aldus de wethouder. "Denk aan bijvoorbeeld landbouwmechanisatiebedrijf Poppink in Reutum, Klaas Metaal of aan Weerink Betonindustrie in Geesteren. Bedrijven die veelal een sterke binding hebben met het dorp en vaak al grond hebben aangekocht om te kunnen uitbreiden. Ze hebben dus al geïnvesteerd en dan is het onredelijk om hen te dwingen naar een industrieterrein te verhuizen."
Kwaliteitsteam
Beide colleges van B&W stellen voor om te gaan werken met een kwaliteitsteam. Wethouder Pim Koegler van Dinkelland: "In Dinkelland wordt voor ontwikkelingen in de kernen al gewerkt met een kwaliteitsgroep. Deze kwaliteitsgroep richt zich op stedelijke ontwikkelingen. Om dit kwaliteitsteam ook voor de ontwikkelingen in het landelijk gebied in te zetten, moet de samenstelling gewijzigd worden. We stellen voor om de kwaliteitsgroep aan te vullen met een ecoloog/landschapsdeskundige, een landschapsarchitect en een deskundige op het gebied van welstand. In Tubbergen wordt nog niet met een kwaliteitsteam gewerkt. Het kwaliteitsteam in uitgebreide vorm kan prima in beide gemeenten aan de slag."
Planning
In januari wordt de gemeenteraad in de informatiecommissie bijgepraat. Het concept-beleidskader ligt 6 weken ter inzage. Rond de zomer of in het najaar van 2013 neemt de gemeenteraad een definitief besluit over de KGO. Het voorstel is om voor een periode van 3 jaar met het nieuwe beleid te gaan werken en daarna te evalueren.
Met dit beleidskader willen beide gemeenten een kwaliteitsontwikkeling in gang zetten waarbij ontwikkelingen in het buitengebied (groene omgeving) bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Uitgangspunt is evenwicht tussen ontwikkelingsruimte en ruimtelijke kwaliteitsprestaties. Dit betekent dat de gemeenten meer ruimte aan ontwikkelingen bieden dan nu het geval is, onder voorwaarde van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Ontwikkelingen moeten wel voldoen aan voorwaarden, waaronder die van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.