
Economische Zaken adviseert mensen die in een gebied wonen waar mobiele netwerken niet veel dekking hebben, om een vaste lijn aan te houden. Zodoende kunnen ze in noodgevallen in elk geval het alarmnummer 112 bellen.Het ministriële advies staat in een brief van Kamp aan een raadslid van de gemeente Dinkelland, waarin de minister zegt hoe hij tegen de kwestie aankijkt. "Voor bewoners in gebieden met beperkingen in de dekking is het aan te bevelen om een vaste lijn aan te houden om ook in noodsituaties 112 te kunnen bellen." Daarnaast merkt de minister op dat gebruikers ook op andere netwerken en netwerken van bijvoorbeeld Duitse providers 112 kunnen bellen; de meldkamers schakelen telefoontjes naar elkaar door.
Het raadslid vroeg om een 'dekkingsgarantie' in gebieden met mindere dekking. Kamp meent dat zo'n garantie onhaalbaar is. "Een 100% dekkend mobiel netwerk is zowel uit technisch als economisch oogpunt niet realiseerbaar."
De kwestie speelde eind vorig jaar op, toen voormalig raadslid André Weeink aan de bel trok over het beperkte bereik van mobiele telefonie rondom Vasse en in het bijzonder voor natuurgebied Het Streu te Mander. Weeink voorspelde toen dat het een keer faliekant mis zou gaan, waarbij hij dodelijke slachtoffers niet uitsloot. Volgens burgemeester Stegers zijn de problemen evenwel niet met 1 of 2 extra zendmasten op te lossen.
Ook mogen providers als KPN en Vodafone hun masten in grensgebieden niet op vol vermogen kunnen aanzetten, omdat dan mensen die vlak over de grens wonen (Duitsers of Belgen), sneller het Nederlandse signaal oppikken en de netwerken last kunnen hebben van interferentie. Hetzelfde geldt voor netwerken in buurlanden, waardoor de dekking in de grensstreken beperkt is door de Europese regels.