
Naar aanleiding van de vragen die het Tweede Kamer-lid Van Veldhoven (D66) op 28 oktober heeft gesteld, geeft staatssecretaris Joop Atsma (CDA) van Infrastructuur en Milieu vandaag antwoorden over de ernstige bodemverontreiniging bij de teerput in Vasse.
Naar aanleiding van de vragen die het Tweede Kamer-lid Van Veldhoven (D66) op 28 oktober heeft gesteld, geeft staatssecretaris Joop Atsma (CDA) van Infrastructuur en Milieu vandaag antwoorden over de ernstige bodemverontreiniging bij de teerput in Vasse.
Niet alleen is de provincie Overijssel het bevoegde gezag (in het kader van de Wet bodembescherming), maar het is tevens eigenaar van de teerput en opdrachtgever van de sanering. Omdat het bodemsaneringsbeleid vooral onder de verantwoordelijkheid van de provincie valt, komen de meeste antwoorden daar vandaan.
Op de vraag of de VROM-inspectie de situatie bij de teerput in Vasse gecontroleerd heeft, antwoord de staatssecretaris "dat die in 2005 en 2006 actief betrokken is geweest bij het bespreken van de saneringsvisie en het aanvullend onderzoek". Voor het aanvullend onderzoek heeft de inspectie het RIVM gevraagd specifieke interventiewaarden op te stellen voor een nog niet genormeerde stof ( sulfonzuur geheten) en een advies te geven over de benodigde kwaliteit van de afdekgrond.
De staatssecretaris acht het zeer onwaarschijnlijk dat er een gevaar voor de volksgezondheid ontstaat of al ontstaan is. Hij vindt dat de provincie de sanering van de teerput goed onder controle heeft. Daarnaast ziet de VROM-inspectie daarop toe: "Binnen de huidige situatie is direct contact met de zuurteer het belangrijkste risico voor de volksgezondheid. Dit wordt voorkomen doordat de locatie is omgeven door een hek. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden met de zuurteer heeft de aannemerscombinatie Plegt-Vos/Fuhler ook nog luchtmonsters genomen, vanwege de Arbo-wetgeving. Er zijn daarbij geen gehalten gemeten die tot maatregelen noodzaakten. In het grondwater is slechts een beperkte verontreiniging aangetoond. Het grondwater bevindt zich op 18 meter beneden maaiveld. Risico's voor de volksgezondheid zijn hierbij niet aanwezig".
De staatssecretaris geeft aan dat provincie hem heeft bericht over die constatering van prof. Reijnders en ook de reactie van de provincie daarop: "Bij een monitoringsronde van het grondwater in 2011 is inderdaad gebleken dat een peilbuis die bovenstrooms staat, niet meer te bemonsteren is, en dat van drie andere peilbuizen niet alle filters meer te bemonsteren zijn. Al eerder was overigens geconstateerd dat het grondwater slechts in beperkte mate verontreinigd is. De rapportage van de monitoringsronde in 2011 bevestigt dat beeld. Dat hierbij enkele van de 19 filters die in het onderzoek bemonsterd zijn, niet goed werken, verandert dit beeld niet. De meerderheid van de filters bevestigt immers het geconstateerde."
Volgens hem zal door het afdekken van de teerput de geringe verontreiniging in het grondwater - naar verwachting - verder afnemen. Deze afname van de verontreiniging zal worden vastgesteld met de monitoring. Toch is er enige onrust ontstaan bij de omwonenden, vooral omdat het werk ook stilligt. Daarom is met de dorpsraad afgesproken om nog een onafhankelijk onderzoek (de contra-expertise) te laten doen naar de verspreiding. Gedeputeerde mevr. I. E. Bakker van Milieu en Wonen heeft de heer Reijnders in een gesprek om input gevraagd voor de nog uit te voeren contra-expertise.
Hij vervolgt: "Naar verwachting zal de bodemsanering begin 2012 met een aangepaste afdekconstructie worden voorgezet en zal rond 2015 de sanering worden afgerond. Dit is conform de afspraken uit het convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties, waarin is opgenomen dat de sanering/beheersing van spoedlocaties met risico voor de volksgezondheid in 2015 gereed moet zijn."
De provincie heeft ook een lijst verstrekt van de verschillende werkzaamheden:
In de periode 2005 tot nu zijn er 5 voorlichtingsavonden gehouden.