Hovenier

Foto: Redactie

Onlangs zag ik ze weer zwoegen en zweten, onder de hete zon boven de dertig graden. Vanaf de Almeloseweg in Tubbergen of de Kloosteresweg in Albergen ziet welhaast elke passant het met eigen ogen; de buitenlandse hovenier, meestal mannen maar ook vrouwen.

Tussen de duizenden dennetjes pikken zij een graantje mee van onze welvaartsmaatschappij. Al lijkt het op elkaar, er zit een wereld van verschil tussen een hovenier en een rentenier.

Zelf toeren wij in de cabrio of op de motor door de schaduw van ons mooie Twente, want we hebben een vrije dag, werken parttime, zitten in de WW, AOW of zijn echt rentenier.

Bovendien, wie wil er nou eindeloos schoffelen of de hele dag gebukt onkruid wieden voor een minimumloon minus kost en inwoning? Nou, dat zijn dus de buitenlanders. Ze komen van ver, werken zeven dagen per week en klagen nooit. Hoewel er ook ‘slimmeriken’ bij zitten die na een paar weken werken een uitkering regelen, die dan naar hun eigen adres in het buitenland wordt overgemaakt. Want ook dat kan hier allemaal. We hebben een prima ‘sociaal’ stelsel, maar gelukkig willen de meesten (nog) niet zo ver gaan. Maar daar gaat het in dit stukkie niet over.

Na een dag ploeteren strijken deze mensen neer in hun resort. Nee, niet in het geliefde driesterren Landhotel ’t Elshuys (voor de kenners: Elsgait) aan de Gravendijk in Albergen, maar in een vervallen boerderijtje met drie sterren in de wasbak en een lekkende dakgoot. Kamers genoeg in deze bouwval aan de Ootmarsumsestraat in het vredige Maria-Parochie, gemeente Almelo. Een afgedankt stapelbed van de kringloop maakt het compleet. Het lijkt wel vakantie, maar in werkelijkheid is het een heel andere wereld dan de onze.

Ze kiezen er zelf voor, maar het is eigenlijk bedroevend. Het is van alle tijden zult u zeggen en dat klopt, maar leren we daar dan niet van? Ja natuurlijk wel, maar dat laat nog bijzonder lang op zich wachten.

Onze voorouders handelden in slaven. Dat werd op 1 juli 1863 afgeschaft. Met een beetje ‘mazzel’ levert dat binnenkort een extra vrije herdenkingsdag op. Daarna ging in Twente de industrialisering door waarbij vooral textielarbeiders nog een eeuw werden uitgeknepen. Vanaf 1964 volgden de Spanjaarden en Italianen als textielarbeider.

Nu de textielfabrieken in Twente zijn verdwenen, hebben we de dennetjes ontdekt. Met de komst van de EU is het de beurt aan de hardwerkende, schoffelende Oost-Europese gastarbeiders. Met alle respect noemen we die dan hovenier. Dat klinkt ook als een vooruitgang, maar schijn bedriegt. Die naam doet geen recht aan de echte tuinspecialist.

Misschien is het wel een bevrijdend of geruststellend gevoel nu we zelf niet meer onder de koperen ploert hoeven te schoffelen tussen de eindeloze rijen dennetjes langs de Almelose- of Kloosteresweg want ook het UWV stuurt niemand naar deze ‘tuin’. Dat durven ze tegenwoordig niet. Sterker nog, daar durven ze niet eens aan te denken. Daar hebben we toch de buitenlandse ‘hovenier’ voor?

J. Kwibus

Reacties