Schoolrapport

Foto: Redactie

Ook in Tubbergen is het schooljaar ten einde. De rapporten zijn deze week uitgereikt. Nu volgen steevast twee belangrijke vragen: Hoe zien ze eruit en wat levert het op? Nou ik kan u verzekeren, dat wordt betalen. Vorig jaar viel het mij al op en dit keer was het weer raak. Wat een ‘fantastisch’ rapport heeft mijn kleinkind, een ventje van acht jaar. Zelden zoiets moois gezien.

Nou hoor ik u denken ‘wat een opschepper’, maar ik kan het uitleggen. Zijn resultaten zijn middelmatig. Voor een van de belangrijkste vakken, creatief schetsen, scoort hij zelfs bedroevend laag en de instructieonafhankelijkheid is ook niet om over naar huis te schrijven. Met een beetje mazzel kan hij wel brandweerman, politieagent of vuilnisman worden, want dat zijn voor hem de helden.

Nee, de schoonheid zit hem vooral in het rapport zelf. Een gelikt boekwerkje met daarin zorgvuldig gekozen teksten, prachtige afbeeldingen en door de juf zelfgemaakte tekeningen, waardoor het lijkt alsof het nog alle kanten op kan met het kereltje. Maar in werkelijkheid snap ik maar bar weinig van dit totaal doorgeschoten geschrift. Nu was ik vroeger dan ook niet de slimste van de klas maar een kinderrapport met onderwerpen als kennis, samenwerken, ego, strategisch denken, motivatie, beheersing en nog veel meer interessante teksten aangevuld met prognoses en statistieken lijkt wat overdreven.

Tot overmaat van ramp heet tegenwoordig op sommige scholen het rapport een portfolio, maar bij de vertaling op de iPad is dit gewoon een Latijns woord voor een vel papier. Zo zie je maar weer dat er op de pabo (pedagogische academie voor het basisonderwijs) waar de hedendaagse juffrouw pedagogisch wordt gevormd, echt wel aandacht wordt besteed aan het vak creativiteit en dikdoenerij. Zo’n rapport wordt heus niet zomaar op een vrije middag thuis in elkaar geflanst. Het kost de juf een zee van tijd, terwijl ze het toch al zo allemachtig druk hebben, die juffrouwen.

Vroeger was dat heel anders, eenvoudig en duidelijk. Onderwijzers werden toen nog gekweekt op de Kweekschool. Taal, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis waren de vakken. Creatief met kurk of knutselen, dat was meer iets voor de juf op de bewaarschool. Mijn rapport was destijds simpel  met op de voorzijde RAPPORTBOEKJE en een jaarlijks inlegvelletje als cijferlijst, zodat het eindeloos mee kon; ook voor zittenblijvers. Voor de jeugdige lezer betekent zoiets dat je niet samen met al je vriendjes naar de volgende klas gaat, maar nog een jaar bij dezelfde juf zit. Trouwens goed dat ze ‘zitten blijven’ hebben afgeschaft, alhoewel ik destijds sowieso één goede reden had om te doubleren bij de lieve en beeldschone juffrouw van klas 3.

Verder hadden wij vroeger een cijfer voor rekenen, taal, enz. maar ook voor gedrag, vlijt en netheid: 5-8-8. Ja, ook in die volgorde. Toevallig kon mijn buurjongen goed knutselen en maakte van die 5 een 8 en dat scheelde al gauw een paar kwartjes. Later werd hij onderwijzer.

Nu we het toch over cijfers hebben, hier volgen er nog een paar. Op de toenmalige St. Aloysiusschool in Albergen zaten in 1968 al 250 kinderen en er waren zes klassen en zes leerkrachten; drie juffrouwen (klas 1 t/m 3) en drie meesters (klas 4 t/m 6), waarvan de meester in klas zes tevens schoolhoofd was. En er was een klusjesman op basis van vrijwilligheid.

De Wiekslag in Tubbergen telt momenteel vierhonderdvijftig leerlingen die worden begeleid door tweeënveertig (ja echt: 42) betaalde krachten: zevenendertig juffrouwen, twee meesters en drie conciërges. Natuurlijk hebben ze ook een schoolhoofd (twee zelfs), maar dat zijn juffrouwen die nu in de directie zitten. Dan zijn er ook nog interne begeleidsters, assistentes, voorleesmoeders en andere vrijwilligers. Ook hier geldt de ‘nieuwe tijd’.

Vergelijkingen met vroeger gaan vaak mank, zo ook de mijne want na een avond lang bladeren in het schoolrapport van mijn kleinzoon is het wel aannemelijk waarom bijvoorbeeld voor de basisschool De Wiekslag in Tubbergen een team van twaalf leerkrachten (omgerekend naar vroeger) niet genoeg is. Het lijkt er zelfs op dat tweeënveertig aan de krappe kant is. Misschien gaat het wel naar 450. Een-op-een? Wie het weet mag het zeggen.

Maar de oplossing was op het journaal. Bovenop de inkomsten van 40 miljard krijgt het onderwijs er ruim 8 miljard euro extra bij (dat u niet denkt aan een typefout, een 8 met negen nullen). Geld genoeg dus voor nog meer juffrouwen, want meesters zijn – net als de ijsbeer – uitstervend.

Om beter inzicht te krijgen in het vernieuwde schoolrapport lijkt het mij gewenst dat dit boekwerkje dan door een van de vele juffrouwen persoonlijk aan mij wordt gepresenteerd en uitgelegd. Wil het ventje nog een paar eurootjes aan zijn ijver overhouden, dan moet ik toch echt eerst worden bijgeschoold door – als ik mag kiezen – de juffrouw van klas 3.

J. Kwibus, Tubbergen

Reacties