Afgelopen week had ze weer een klusje bedacht: met een zak vol bladeren naar de bladkorf aan de Bachstraat in Tubbergen. Maar helaas... de gemeente had de korf verwijderd. Voor straf, wegens oneigenlijk gebruik!
Grote vraag: wie is de dader? Toevallig hadden we de tuinman van de overburen een paar keer schichtig heen en weer zien schuiven met een kruiwagen vol bladeren en takken. Niet dat het hier een rijke buurt is hoor, maar een enkeling kan zich een gepensioneerde hovenier veroorloven.
Maar goed, de tijd van rechercheur Baantjer is voorbij. Bovendien wil je de lieve vrede in de buurt bewaren. Zo belangrijk is het nu ook weer niet: een paar takjes. Zolang het maar geen chemische troep is, dacht ik.
Daar denken milieufanaten echter heel anders over. Het moet tegenwoordig op z’n Japans: de Bokashi-methode. Mijn vader had er nog nooit van gehoord, maar hij was zijn tijd ver vooruit: “Gewoon de rommel in de grond, dan verteert het vanzelf.”
Als jongetje van zes hielp ik hem bij het graven van een diep gat achter ons boerenhuisje aan de Mekkelenbergweg. Voordat het huisvuil erin werd gekieperd, mocht ik onderin de kuil en met één oor op de grond, luisteren naar het getrommel van 'de negertjes in Afrika'. En verdomd, ik hoorde het nog ook! Doch tijden veranderen. Tegenwoordig racen ze op fatbikes door diezelfde buurt. Zonder trommels.
Voorlopig staat de zak bladeren in de schuur en is een tweede in de maak. Ook dit jaar vallen de gemeenteblaadjes weer precies in onze tuin. Zelf lig ik er niet wakker van, maar er wordt thuis over geklaagd. “En je kunt van de Soweco-ploeg niet verwachten dat ze ook alle tuinen bladvrij maken”, zegt mijn vrouw.
Wel blies een aardige bladblazer van de plantsoenendienst onze oprit schoon. Even later zat de hele ploeg van Soweco onder de overkapping aan de koffie. “Je bent de goedheid zelve”, zei ik tegen mijn vrouw. Maar eerlijk is eerlijk: het was beregezellig!
Voorman Harrie probeert nu een nieuwe illegale bladkorf voor ons te regelen. “Ik hou wel van spannende avonturen”, zei Harrie. Waarna hij een waargebeurd verhaal vertelde.
Vroeger, in klas zes van de lagere school, had hij in de pauze op het schoolbord geschreven: “Ik heb een grote piemel.” Toen de juffrouw het leslokaal binnenkwam, vroeg ze met opgewonden stem: “Wie heeft dit geschreven?!” Harrie stak zijn vinger op. Want zo is hij: een goudeerlijke vent. De juffrouw liep naar hem toe, keek hem aan en zei: “Om half vier nablijven!” Waarop Harrie antwoordde: “Dat had ik wel gedacht.”
Even later vertrok de ploeg langzaam richting het plantsoen. Harrie bedankte mijn vrouw voor de koffie. En tegen mij zei hij: “Ik denk wel dat wethouder Hilde (39) nog een taakstraf bedenkt. Ze is namelijk not amused over mensen die een loopje nemen met het milieu.”
Nu hoop ik maar dat ze zegt: “Om half vier nablijven!”
Kwibus