Een snelle lezer (Ria Kokhuis) had het vorige week al ontdekt: de Festiball-column ging offline. Tja, code rood hè...
Slechts één dag werd er gespeeld. Helaas was er van code rood geen enkele sprake.
Vorig jaar was het pas code rood. In Almelo. Drie rijen dik stonden ze daar bij een beachvolleybalwedstrijd. Toevallig liepen mijn vrouw en ik in de stad. Nou ja, toevallig... Meestal moet ik verplicht mee, maar dit keer was het geen straf. Beachvolleybalsters vertoonden hun kunsten in sportbroekjes zo groot als een schoenveter. Sindsdien sla ik geen toernooi meer over.
En zeker geen thuiswedstrijd. Want ook bij ‘Genot’, de Tubbergse mode- en beachkledingwinkel, hadden ze mij een tijdje geleden enthousiast gemaakt voor het vierdaagse Festiball in Tubbergen. Terwijl mijn vrouw met de zoveelste bh in het pashokje zit, spreek ik verkoopmanager Marlon Veldhuis-Wagemans. Zij weet werkelijk alles over beachkleding. “Het gaat vooral om de bewegingsvrijheid,” zegt Marlon.
Daarna praat ze honderduit over ‘het vlinderbroekje’, of zoals ze volgens Marlon in Getelo zeggen: Das Schmetterlingshöschen. Kijk, zo leer je nog eens wat.
Maar dan komt ‘Hare Majesteit’ uit het pashokje. Ze heeft alles gehoord en vindt dat ik niets te zoeken heb op het Festiball. “Straks kom ie d’r nog veur een gloeperd vanaf,” zegt ze met haar Almelooose accent.
Inmiddels infiltreer ik al een week in het dorp, maar ik zie niets wat op code rood lijkt. Geen Schmetterlingshöschen en al helemaal geen Almelose schoenveters. Vreemd, want aan het weer kan het niet liggen.
Wel is het hier één groot feest (t/m zondag 5 juli) met bier, muziek en veel jeugdige volleybalteams. HM heeft weer gelijk. Hier heb ik niets te zoeken. En die Marlon spreek ik ook nog wel. Met haar vlinderbroekjes… Hoe verzinnen ze het?
Kwibus