Zorgen over opslag ‘vervuild oliewater’ in lege gasvelden Mander en Springendal

Foto: Redactie

Ook in de gemeente Tubbergen wordt een mengsel van olie en water opgeslagen in lege gasvelden, gelegen in Mander en het natuurgebied Springendal. En net over de grens met Duitsland zijn er problemen met de opslag van een vergelijkbaar mengsel, maar dan in een lege zoutmijn. Reden voor CDA Tubbergen om vanavond vragen te stellen aan het college van B&W.De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heeft onlangs het olieveld Schoonebeek opnieuw in gebruik genomen. “Met een nieuwe techniek – het injecteren van stoom – wordt de olie uit het veld gehaald. Het oliewater-mengsel wordt bovengronds gescheiden. De olie wordt bewerkt in raffinaderijen en het vervuilde oliewater wordt vervolgens getransporteerd via de oude gasleiding en geïnjecteerd in lege gasvelden in de gemeente Tubbergen, Oldenzaal en Dinkelland. Binnen de gemeente Tubbergen worden de oude gasvelden Tubbergen-Mander 1 en 2 en Tubbergen 7 hiervoor gebruikt”, aldus CDA-raadslid Ronny Booijink.

Zorgen
Recent werd bekend dat er in het Duitse Aamsveen, nabij de landsgrens met Haaksbergen, uit de lekkende zoutcavernes olie opborreld. “Naar aanleiding hiervan werd in onze fractie de vergelijking getrokken met het transport, de injectie en opslag van het oliewater-mengsel in de lege gasvelden in Noordoost Twente. Hoewel wij ons realiseren dat het hier over 2 verschillende processen en opgeslagen producten gaat, maakt het CDA Tubbergen zich zorgen over de risico’s van het transport en de opslag van het oliewater-mengsel. Deskundigen hielden het immers ook voor onmogelijk dat de zoutcavernes zouden gaan lekken”, zo las Booijink op en stelde daarop de volgende vragen aan het college:

  • Kunt u informatie verstrekken over de uitvoering van het transport, de injectie en opslag van het oliewater-mengsel zoals dat plaats vindt in de lege gasvelden in Mander en het Springendal? En welke risico’s zijn hieraan verbonden?
  • Op welke wijze zijn de risico’s in beeld gebracht en hoe worden deze gemonitord?
  • Wie is verantwoordelijk voor het transport, de injectie en de opslag van het oliewater-mengsel?
  • Wat is/was de betrokkenheid van het gemeentebestuur van Tubbergen bij het transport, de injectie en de opslag van het oliewater-mengsel? En welke publiekrechtelijke toestemmingen zijn door de gemeente hiervoor afgegeven?
  • Welke afspraken zijn er met het gemeentebestuur van Tubbergen gemaakt als zich een calamiteit voordoet bij het transport, de injectie en de opslag van het oliewater-mengsel?
  • Kunt u een kwalitatieve inschatting geven van uw risicogevoel van het transport, de injectie en de opslag van het oliewater-mengsel in de ondergrond van de gemeente Tubbergen?

NAM nog onbereikbaar
Volgens wethouder Erik Volmerink is niet de gemeente verantwoordelijk voor het transport, de injectie en de opslag van het oliewater-mengsel, maar de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij). “Tubbergen heeft alleen – op verzoek – de bovengrondse vergunning
afgegeven. Het ministerie van Economische Zaken is het bevoegd gezag
hierin en heeft de vergunning voor de activiteiten afgegeven. We hebben echter de NAM nog niet kunnen bereiken om een volledig antwoord te kunnen geven op al uw vragen.” De wethouder komt daarom op een later moment schriftelijk met antwoorden. Wel is al bekend dat er sinds 1972, toen de NAM begon met deze activiteiten, er geen lekkages zijn geweest. “De KNMI meet constant of er trillingen in de grond zijn. Die zijn er in Twente nog nooit geweest.” Volmerink gaf tot slot aan dat de opslag niet in het waterwingebied, wat wel nabijgelegen is, plaatsvond.