Stuurgroep Afvalwaterinjecties Twente wil vaart achter onderzoek

Foto: Redactie

De injectie van afvalwater, afkomstig van de oliewinning in Schoonebeek, in voormalige gasvelden in de Twentse ondergrond staat de afgelopen maanden volop in de belangstelling. Stuurgroep Afvalwaterinjecties Twente, waarin wethouder Erik Volmerink namens de gemeente Tubbergen zitting neemt, heeft gisteren minister Kamp van Economische Zaken persoonlijk een brief aangeboden met daarin een flink aantal vragen over de winning en de directe gevolgen ervan.

Incidenten zoals bodemdaling bij woningen ter plaatse van een voormalige gaswinning in Rossum, en de ernstige vervuiling door lekkage van olie uit een ondergrondse olieopslag in het Amtsvenn, juist over de Duits-Nederlandse grens, geven voeding aan de zorgen die door de bevolking in Twente worden ervaren. De bevindingen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid over de verhouding van de betrokken instanties en partijen tot de belangen van de bevolking bij de gaswinning in Groningen geven eveneens aanleiding tot bezorgdheid, zo liet de stuurgroep aan de minister weten.

Eensgezindheid bij lokaal bestuur

Provinciale Staten van Overijssel en raden van de gemeenten Dinkelland, Tubbergen, Oldenzaal en Losser hebben in vergelijkbare bewoordingen aangedrongen op spoedig, grondig en onafhankelijk onderzoek naar de afvalwaterinjecties.

In de vergunning die de NAM is verleend voor de afvalwaterinjectie in Twentse gasvelden is een voorschrift opgenomen over een iedere 6 jaar uit te voeren evaluatie van:

  • een uitgebreide evaluatie van de waterinjectieactiviteiten en de effecten daarvan op de boven het reservoir gelegen afsluitende lagen,
  • onderzoek conform de CE-afwegingsmethodiek of gelijkwaardig, of het injecteren van injectiewater dat vrijkomt bij de productie van olie, nog steeds de meest geschikte verwijderingsmethode is, en
  • een onderzoek naar de mogelijkheden om de hoeveelheid gebruikte hulpstoffen verder te minimaliseren.

Kernpunten

Stuurgroep Afvalwaterinjecties Twente heeft er in april bij de minister op aangedrongen om dit onderzoek, gezien de onrust in het gebied en de technische ontwikkelingen in de afgelopen jaren, op korte termijn te laten uitvoeren. De stuurgroep vindt dat minister Kamp aan de NAM de volgende vragen zou moeten meegeven:

  1. Welke nieuwe inzichten zijn sinds het MER ontstaan?
  2. Is de gekozen wijze van winning en afvalwaterverwerking naar de inzichten van nu nog steeds nuttig en nodig?
  3. Zijn de risico’s van incidenten voor mens en milieu goed in beeld?
  4. Hoe kan de communicatie met en betrokkenheid van de omwonenden structureel verbeterd worden, hoe kan het vertrouwen hersteld worden?

De kernpunten van de vragen aan minister Kamp, in zijn functie als bevoegd gezag wat betreft de vergunningsverlening, zijn als volgt:

  1. Is oliewinning in Schoonebeek, met alle gevolgen ervan, op grond van een actuele maatschappelijke kosten-baten-analyse, nog steeds van belang?
  2. Worden andere toekomstige mogelijkheden voor benutting van de (lege) gasvelden niet ten onrechte onmogelijk gemaakt of tezeer beperkt?
  3. Is de CE-afwegingsmethodiek nog wel goed toepasbaar?
  4. Hoe waarborgt u zo goed mogelijk dat – bij omwonenden, bij lokale en regionale bestuurders, bij betrokken organisaties – de overtuiging ontstaat dat een onafhankelijk onderzoek naar de risico’s en de gemaakte afwegingen is uitgevoerd?

Reacties