Steeds meer protest tegen te strikte uitleg van het scheurverbod

Europarlementariërs, leden van de Tweede Kamer, verschillende provinciale politici en vele anderen waren gistermiddag bijeen in Mander om uitleg te krijgen over het zogeheten scheurverbod en met grondeigenaren in gesprek te gaan over de hieruit voortvloeiende problemen.

Waar de aanwezigen direct mee werden geconfronteerd is dat het verbod op ‘scheuren’, ofwel het omploegen en weer opnieuw inzaaien van een perceel, bij een flink aantal boeren grote problemen veroorzaakt en dat dit hun leven op de kop zet. “Door de ligging van ons boerenbedrijf hebben wij, en vóór ons al onze voorouders, tot nu toe in harmonie met de natuur het bedrijf gerund”, vertelde Karin Damhuis-Derickx over de locatie aan de Plasdijk waar het ‘rondetafel-gesprek’ werd gehouden. “Het geldend scheurverbod veroorzaakt op korte en langere termijn een waardevermindering van de grond. Ten eerste op productieniveau, door kwalitatief steeds minder goed gewas. Ten tweede is er sprake van ernstige waardevermindering van de huiskavel en de productiegronden die in het Natura 2000-gebied liggen. Dit vormt een ernstige belemmering in verdere bedrijfsvoering voor de toekomstige generatie.”

Met het scheurverbod in en rond Mander moet worden voorkomen dat het vliegend hert uit de nabijgelegen natuurgebieden Dal van de Mosbeek en het Springendal verdwijnt. “Dat wil niemand. De einddoelen van Natura 2000 staan derhalve niet ter discussie, maar de weg ernaartoe moeten we goed bekijken. Maatregelen voor de natuur hebben een groot effect op de bedrijfsvoering van de boeren in dit gebied. We vinden het belangrijk dat zij tijd krijgen om hun bedrijfsvoering aan te passen. Draagvlak is namelijk cruciaal”, lichtte gedeputeerde Hester Maij (CDA) vanuit de provincie toe.

‘Zelfveroorzaakte schade’

De raadsleden Paul Hannink en Ursula Bekhuis-Groothuis (GB/VVD) merken dat er meer politieke aandacht voor het geschetste probleem is gekomen, mede door hun eigen inzet op dit vlak. “Jan Huitema heeft om opheldering gevraagd in Brussel nu duidelijk is geworden dat Nederland een opdracht in deze heeft, maar dit zelf mag invullen en het gemakshalve op de graslanden binnen de begrenzing van Natura 2000 heeft aangemerkt. En dit is gedaan ondanks dat het niets toevoegt aan de ecologische waarde, iets wat ook wordt onderschreven door de terreinbeheerorganisaties – zoals Landschap Overijssel. Dus waar hebben we het dan nog over?”, vraagt Hannink zich hardop af.

CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik zegt een eind dit jaar uitkomend onderzoeksrapport van Alterra naar de bescherming van ecologische waarden in het gebied met wat ‘angst en beven’ tegemoet te zien. “Je kunt nu al op je klompen aanvoelen dat het geen goeds brengt, want het is logisch dat iedere maatregel die men treft van invloed is op wat er leeft en groeit. De uitkomsten van het rapport maakt in elk geval een totaalplaatje voor de toekomstig bewindspersoon op dit vlak er niet makkelijker op, iets waarvan de boeren uiteindelijk weer de dupe worden.”

Hoop op goede afloop

Een ambtenaar van Economische Zaken gaf aan dat er toch nog hoop gloort voor de boerenbedrijven die door het scheurverbod getroffen zijn, mits duidelijk onderbouwd wordt dat ze in aanmerking komen voor een uitzondering of een compensatie van de ecologiemaatregelen weten te bewerkstelligen. Een boze aardappelkweker wees hem er echter op dat hij al zeker anderhalf jaar in onzekerheid leeft en dat het einde hiervan nog niet in zicht is, zolang de huidige regels nageleefd dienen te worden.

Reacties

0