
Om de vinger goed aan de pols te kunnen houden, maakt gemeente Tubbergen 3 keer per jaar de financiële balans op. In deze zogeheten programmajournaals staan de laatste ontwikkelingen. Het laatste programmajournaal laat een licht negatief beeld zien. Dit komt enerzijds door de lagere inkomsten vanuit Den Haag en aan de andere kant door de toegenomen vraag naar zorg, zo luidt de waarschuwing.
Sinds 1 januari zijn de Nederlandse gemeenten verantwoordelijk voor een groter deel van de zorg en ondersteuning van haar inwoners. Mede door die verandering duurde het lang voordat precies duidelijk was hoeveel zorg en ondersteuning de inwoners van Tubbergen nodig hebben. Gaandeweg het afgelopen jaar kreeg de gemeente de werkelijke cijfers in beeld. Deze overschrijden de begroting met €528.000.
Gemeenten ontvangen geld van de rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Dit bedrag is afhankelijk van een heleboel zaken, variërend van het aantal inwoners tot de grootte van de watergebieden, en valt het ene jaar hoger uit dan het andere. In 2015 ontving de gemeente Tubbergen maar liefst €373.000 minder dan in haar begroting was opgenomen. Dat was dan ook de reden tot het ondertekenen van de brandbrief aan minister Plasterk van Binnenlandse Zaken, met daarin het dringende verzoek de bedragen eerder in het jaar bekend te maken.
"Door de positieve ontwikkelingen op andere budgetten blijft de tegenvaller dit jaar beperkt tot €539.000", meldt wethouder Tom Vleerbos. “Maar gezien het feit dat de zorg naar verwachting in de komende jaren zal toenemen, verwachten we dat we niet uit kunnen met de bijdragen die we van het rijk ontvangen voor de nieuwe zorgtaken. Dat de nieuwe zorgtaken ook in financiële zin de nodige onzekerheden en risico met zich mee zouden brengen wisten we. Vandaar dat we vanaf 2015 zeer terughoudend om zijn gegaan met nieuw beleid en nieuwe investeringen. Zoals het zich nu laat aanzien biedt onze meerjarenbegroting en reservepositie voldoende veerkracht om deze tegenvallers op te vangen. Voorzichtigheid blijft echter geboden.”