"Leuk hoes en leuke leu" - Column

10 jan , 12:03 Opinie
IMG_0504
Redactie

Er zijn maar weinig mensen die al 86 jaar in hetzelfde huis wonen. Eén daarvan is Tonnie Luttikhuis of zoals ouderen zeggen: Tonnie van ’n Siez’n.

De geboren en getogen Tubbergenaar woonde vroeger in het buitengebied, tegenover het oude voetbalveld van TVC’28 dat in de jaren 70 veranderde in de woonwijk Molenhoek.

Dagelijks kom je hem tegen op de Uelserweg (klokslag 09.00 uur) tijdens zijn wandelrondje of in dit geval 'langlaufen'. Zo ook deze keer. "Moj, moj en hèj nog niejs?" Want Tonnie heeft altijd nieuws! Zijn historische kennis over Tubbergen is enorm. Zonder argwaan te wekken bevraag ik hem over zijn eigen verleden.

Tonnie woont nog altijd op het oalderhoes. Iedereen is uitgevlogen. Alleen zijn vrouw Sieny is gebleven. “Gelukkig maar”, zegt Tonnie. Zijn vader, Siez’n Gerrad (of Siez’n Gait), liet het huis aan de Binnenveldweg in 1932 bouwen. Daar waar in 1968 de voetbalvelden verdwenen, bleef het huis gespaard. Sinds 1967 is de woning van Siez’n Gerrad een twee-onder-een-kapwoning. Nu bewoond door de tweede en derde generatie Luttikhuis. De laatste renovatie was 2003. Zowel in 1967 als in 2003 zijn bijna alle karakteristieke kenmerken van het huis behouden.

Tonnies vader heb ik nog gekend. Ooit was hij de oudste bewoner (92) van de Molenhoek. Mijn moeder noemde hem oom Gerrad. Logisch, want Siez’n Gerrad was de broer van mijn opa Siez’n Jan.

Als kind maakte oom Gerrad grote indruk op mij. Met ijzeren krullen aan zijn schoenen klom hij vroeger aan de Mekkelenbergweg in houten lantaarnpalen. “Kiek, doar hèj oom Gerrad”, zei mijn moeder. “Hèj zol toch gen stroom krieg’n?” “Tuurlijk niet”, antwoordde mijn vader, “hèj hef d’r wa veur deurleêrd.

Mie te geveurlijk”, zei Tonnie, die op zijn zestiende koos voor horlogemaker, maar bij toeval klokkenmaker werd - bij Warmink in Almelo. Nu hoefde hij voor de opleiding niet naar het buitenland, want zo voelde het verre Enschede voor hem. Tot voor kort repareerde hij nog pendules en koekoeksklokken, maar “ie könt nig alverdan wèrk’n” zei de man van de klok.

Toeval of niet, toen Tonnie met pensioen ging, stopte Warmink (WUBA) de productie van klokken en pendules. Zoiets overkwam ook zijn vader. Kort na het pensioen van Siez’n Gerrad stopte de gemeente met het gebruik van houten lantaarnpalen. Tegenwoordig staan pendules en houten lantaarnpalen in het museum.

Maar ik möt veddan”, zegt Tonnie, “Sieny hef de koffie kloar. Of goaj met?” Waarop ik antwoordde: “Eigenlijk heb ik geen tied, ik möt nog een stukke schriev’n oawe vroge”. Maar stiekem dacht ik ook aan het gratis kopje (dure) koffie.

Even later zaten we bij Sieny aan de keukentafel en ik lieg niet als ik zeg: Leuk hoes, leuke leu en... goeie koffie.

Kwibus