Stiekem afluisteren - Column

07 feb , 10:13 Opinie
IMG_0936
Redactie

Afgelopen week vond het gesprek plaats tussen de burgemeester van Tubbergen en de Nationale Ombudsman. De reden was het functioneren van de burgervader n.a.v. zijn antwoorden op vragen over achterkamertjespolitiek en het in de steek laten van de noabers van het Albergse AZC.

Nu hoor je wel vaker dat zulke gesprekken voor de bühne zijn of zoals mijn vader het vroeger zei: “Grote hond’n biet mekaar nig”. Maar klopt dat ook? Om die vraag te beantwoorden heb ik lang nagedacht over een plan. Weliswaar een illegaal plan, maar 'als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan', zei ooit de zo geliefde Tubbergse burgemeester Gerrit Kolenbrander (1946 - 1967).

Dus was afluisteren de enige optie. Maar eerlijk gezegd ging dat niet van een leien dakje. Wellicht dat er nu lezers zijn die denken dat Albergenaar John achter deze operatie zit, maar dat is onjuist. John is specialist in volgen, niet in afluisteren. Hier volgt het verslag:

Het is 11 uur in de ochtend als de burgemeester voorzichtig op de deur klopt bij de Nationale ombudsman meester Reinier van Zutphen.

Reinier: Binnen!

Anko: Goedemorgen meneer Reinier, hoe maakt u het?

Reinier: Goed, dank je Anko. Fijn dat je er bent. Helemaal vanuit Tubbergen en nog op tijd ook. Ga zitten kerel. Zin in koffie, thee of gelijk maar een borrel?

Anko: Nou, eerlijk gezegd meneer Reinier, ik ben met de auto. Maar ach, wat kan mij het schelen, ik heb een chauffeur.

Reinier: Gelijk heb je.

Na een kort privé-gesprekje komt Reinier ter zake: Hoe gaat het in Tubbergen? Ik hoorde dat je daar erg populair bent op bruiloften en partijen.

Anko: Zeker, meneer Reinier, ik ben net als Robin van Persie; de juiste man op de juiste plaats. Er wordt zelfs regelmatig over mij geschreven en ik heb ook veel (achter)volgers. Maar bestuurlijk gezien is Tubbergen een lastige gemeente. Tukkers zijn erg volgzaam, maar ook kritisch. Vooral in Albergen. Een tijdje geleden werd er nog een zendertje onder mijn auto geplaatst. Dus u begrijpt meneer Reinier, het zijn angstige tijden. En dan zitten we ook nog met asielzoekers.

Reinier: Tja, asielzoekers. Dat krijg je ervan als je de deur op een kier zet. Sterker nog, zolang er een linkse wind waait worden het er steeds meer. Toevallig las ik vanmorgen in de krant dat het niet alleen in Albergen hommeles is, maar dat ze ook in Tubbergen beginnen te koeren. Zelfs in Geesteren zijn vorige maand de eersten gehuisvest. Je kunt ervanuit gaan dat alle dorpen volgen. Dus zou ik zeggen “Praeparatus Esto”. Maar waar je hier eigenlijk voor zit, heb je al contact gehad met de noabers van het AZC? Want zo noemen jullie toch de buren?

Anko: Ja, volgens mij worden ze zo genoemd, maar zoals u wellicht weet meneer Reinier ben ik niet welkom in Albergen en daarom woon ik sinds kort in Langeveen. Een fantastisch Twents dorp zonder asielzoekers en waar iedereen mij vriendelijk begroet. En, op maximale afstand vanaf Albergen. Een bewuste keuze, maar hopelijk blijft dat onder ons.

Reinier: Ja natuurlijk, maar jullie krijgen toch ook een nieuw gemeentehuis, met dienstwoning?

Anko: Hahaha, het nieuwe gemeentehuis... Dat is een gebed zonder eind. Voorlopig ben ik nog hartstikke druk met het onderzoek naar goeroe Trees, terwijl ik dat hele mens niet eens ken. En ze hebben mij met nóg een onzinnig project opgescheept, Mijn dorp 2040 genaamd. Grote kans, meester Reinier, dat we tegen die tijd allemaal Russisch spreken.

Reinier: Ja jongen, het zijn rare tijden. Met alleen een ambtsketen red je het tegenwoordig niet meer. Iedereen wil meepraten. Ik zou zeggen gewoon blijven lachen voor 11.000 euro per maand. Maar voordat we het over de Tubbergse achterkamertjes hebben... sigaartje?

Dan is het 11.27 uur en wordt het opeens stil. De verbinding is verbroken. Zou het de wifi zijn? Of zouden ze het microfoontje hebben ontdekt? Lijkt mij onwaarschijnlijk. Voor de zekerheid bel ik toch even met John, maar dat had ik beter niet kunnen doen. Meneer is gepikeerd en zegt: “Wie plaatst er nu in godsnaam een microfoontje in een asbak?”

Terwijl ik John nog aan de telefoon heb, hoor ik voetstappen op de oprit. Het lijkt wel een hele kudde. Er volgt een harde bonk op de voordeur. Kort daarop hoor ik meerdere keren roepen: “Politie, politie!”

Ik veer rechtop en zie dat er een vrouw naast mijn bed staat, met een dienblad. Ze zegt: “Hé dromelot, wakker worden. Gefeliciteerd!”

Pfff… ook dat nog. Het is vandaag mijn verjaardag.

Kwibus