Gezin met kinderen moet bedrijfspand verlaten op last van gemeente

11 jun 2014, 12:06 Gemeente
sy7zl9ydw5pv8ugeqkuu4celd verbouwing
Redactie

Het bedrijfspand aan de Haarweg 5 te Tubbergen wordt bewoond, zo hebben gemeentelijke controleurs geconstateerd. Om de bewoners ertoe te brengen de bewoning te beëindigen en ook beëindigd te houden, wordt een last onder dwangsom opgelegd.Het bedrijfspand op het adres De Haarweg 5 te Tubbergen wordt al lange tijd bewoont. Het gaat om een gezin met 2 kinderen. Hierop is niet actief gehandhaafd, omdat werd gedacht dat de bewoning spoedig zou worden beëindigd.

De bewoners hadden een perceel grond van de gemeente aangekocht en zouden daarop een woning gaan bouwen. Hiervoor moest echter nog een bestemmingsplanprocedure worden gevoerd. Nu is onlangs gebleken dat het perceel verkocht is, met als gevolg dat er geen uitzicht is op de beëindiging van de bewoning van het bedrijfspand.

Handhaving

Het college van burgemeester en wethouders heeft in beginsel een plicht tot handhaving. Dus bij het overtreden van een wettelijk voorschrift dient zij op te treden. Alleen in bijzondere gevallen mag het college daarvan afzien, bijvoorbeeld zodra er concreet uitzicht is op legalisatie van de op dat moment nog illegale situatie.

Van een concreet zicht op legalisatie is sprake wanneer een ontwerpbesluit(plan) ter inzage ligt of een aanvraag naar zekere waarschijnlijkheid verleend kan worden. Het college hanteert een vaste gedragslijn waarin geen toevoeging van (bedrijfs)woningen op het bedrijventerrein is toestaan. Van een concreet zicht op legalisatie is daarom in dit geval geen sprake, zo concludeert zij.

Mogelijk precedentwerking

Op 1 april 2014 zijn de bewoners geïnformeerd over het voornemen om over te gaan tot handhavend optreden. Hierop werd op 17 april 2014 een tweetal zienswijzen ontvangen. Beide meerderjarige hebben afzonderlijk van elkaar een gelijk luidende zienswijze kenbaar gemaakt.

Concreet wordt in de zienswijze aangegeven dat de bewoners op de hoogte zijn van strijdige situatie en dat zij ook van plan zijn om te verhuizen Zij zijn echter van mening dat zij een termijn nodig hebben tot 1 april 2015 om te kunnen verhuizen. Daarbij wordt verwezen naar een overeenkomst uit 2005 waaruit zou blijken dat zij nog 2,5 jaar, vanaf de datum van de bestemmingsplanherziening voor het perceel waarop de overeenkomst betrekking heeft, in het bedrijfspand mochten blijven wonen.

Het college vindt echter dat de overeenkomst niet op de bewoning van een bedrijfspand in strijd met de aan het perceel gegeven bestemming slaat, maar op de verkoop van het perceel en een toen nog tot stand te komen bestemmingsplan. Het stellen van een termijn tot 1 april 2015 kan leiden tot een precedentwerking, zo vreest de gemeente. Een termijn van een half jaar is volgens B&W voldoende zijn om vervangende woonruimte te vinden.

Indien niet tijdig volledig voldaan wordt aan de lastgeving, wordt een dwangsom verbeurd ter hoogte van €7.500 per meerderjarige per maand met een maximum van €50.000 per meerderjarige.