B&W: Vergunning voor kampeerterrein is overbodig

20 okt 2012, 14:27 Nieuws
lgywsstimfbf6871vgldo81xa 183693

Op grond van de zogeheten Verordening op de Verblijfsrecreatie hebben houders van kampeerterreinen een vergunning nodig en is een ontheffing nodig om buiten een kampeerterrein te kamperen.

Op grond van de zogeheten Verordening op de Verblijfsrecreatie hebben houders van kampeerterreinen een vergunning nodig en is een ontheffing nodig om buiten een kampeerterrein te kamperen.

In het kader van de deregulering stelt het college van B&W de gemeenteraad voor om die verordening in te trekken.

Verordening

Met een verordening moet het algemeen belang gediend worden. Echter, niet altijd zal het algemeen belang helemaal parallel lopen met het belang van de ondernemer. Wethouder Jos Harmelink: "Maar het college van B&W heeft al voldoende andere wettelijke mogelijkheden, buiten een verordening. Bijvoorbeeld met toepassing van de Wet op de ruimtelijke ordening, de Wabo, de Woningwet, de gezondheidswetgeving en de brandveiligheidsregelgeving."

Voor zover de belangen van de gemeente en de ondernemer wel parallel lopen - beide partijen hebben er belang bij dat in de gemeente Tubbergen een kwalitatief hoogwaardig product wordt aangeboden - is het niet nodig te reguleren. Het kan aan de ondernemer worden overgelaten om een zo goed mogelijk product te bieden aan zijn klanten.

De conclusie van B&W is dan ook dat de vergunningplicht voor het hebben van een kampeerterrein kan worden afgeschaft.

Ontheffingsplicht

Kamperen buiten een kampeerterrein gebeurt doorgaans door scoutinggroepen en dergelijke. De vereiste ontheffing wordt in de praktijk nooit geweigerd.

Iemand zou bijvoorbeeld ook zijn camper een nachtlang op een parkeerplaats kunnen neerzetten. Wanneer kortstondig ergens zonder ontheffing wordt gekampeerd buiten een kampeerterrein, blijft dat waarschijnlijk onopgemerkt. Er vindt dan dus geen handhaving plaats. Als langdurig ergens wordt gekampeerd buiten een kampeerterrein, biedt het bestemmingsplan waarschijnlijk voldoende mogelijkheden om handhavend op te treden.

Bovendien doet het probleem van recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein zich in de praktijk niet voor. Jaren geleden werd er wel veelvuldig overnacht in auto's door Litouwse autokopers bij een autobedrijf. Dat vormde toen wel een probleem, mede vanwege het ontbreken van sanitaire voorzieningen. In verband daarmee was er in de vorige verordening een bepaling opgenomen, dat ook niet-recreatief nachtverblijf in de openlucht verbiedt. Maar met recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen zijn er eigenlijk nooit problemen geweest.

Voordelen

Wethouder Jos Harmelink: "Niet alleen het bedrijfsleven profiteert van deze deregulering. Ook de gemeentelijke organisatie profiteert daarvan. Er hoeven immers geen diensten (vergunningen en ontheffingen) meer verleend te worden. Aanvragers hoeven ook geen leges meer te betalen. Naast de administratieve lastenverlichting levert afschaffing dus ook een financiële lastenverlichting op voor het bedrijfsleven."

Hier min of meer tegenover staat het feit dat de heffingsambtenaar voor de heffing van toeristenbelasting gebruikt maakt van de vergunningen. Doordat nu een vergunning verplicht is, heeft de heffingsambtenaar op grond van de vergunning een 'melding' dat er overnachtingen plaatsvinden. Op die manier kan bij de vergunde situaties in ieder geval toeristenbelasting worden geheven.

Dit is echter geen reden om een vergunningenstelsel in stand te houden dat een geheel ander oogmerk heeft. Verder wordt de Verordening op de verblijfsrecreatie niet gehandhaafd. Het is dus goed mogelijk dat overnachtingen plaatsvinden zonder vergunning. Door de toeristenbelasting te koppelen aan de vergunningen draagt de aanbieder van die overnachtingen ten onrechte geen toeristenbelastingen af.