In Harbrinkhoek draait alles om de uitbreiding van de woonwijk
Dannenkamp.
Na jaren van touwtrekken wordt eind deze maand eindelijk de knoop doorgehakt. En dat is mooi, want zoals iedereen weet, wonen verliefde stelletjes van rond de veertig nog steeds bij hun bejaarde ouders op de bovenverdieping.
De problemen rond de bouwplannen liggen dan ook niet bij de tortelduifjes op zolder, maar bij de bewoners van een ‘authentieke villa’ - pal naast de nieuwe wijk. Een rietgedekte plaggenhut uit 1922, met een energielabel ergens achterin het alfabet. Maar ‘mét geschiedenis’, aldus de bewoners. Je moet er maar opkomen.
Maar kijk aan: de villabewoners lijken bij zinnen te komen. Dat valt te waarderen. Toch moet het verschrikkelijk zijn voor mensen van stand. Wie namelijk zijn hele leven deftig heeft geresideerd, zit niet te wachten op gepeupel in de achtertuin. Straks zien ze vanuit hun villavenster zomaar ineens een politieagent, een verpleegster of een ander gewoon mens met een hbo-opleiding. Zoiets moet welhaast dramatisch zijn, toch?
Uit respect voor de privacywetgeving worden de ‘villabewoners’ uiteraard niet bij naam genoemd. Zo hoort dat. Bovendien ken ik de familie niet eens (ik woon ja in Tubbig). Wel fietste ik er vroeger vaak langs op mijn oranje Piet Pelle-fietsje, naast mijn vader. Dan gingen we in Harbrinkhoek op visite bij tante Annie en oom Herman. Destijds stond de ‘villa’ nog te pronken in de zon. Inmiddels lijkt de tuinman onbetaalbaar te zijn geworden: het huisje staat tegenwoordig diep verscholen achter het struikgewas.
“Kijk jongen, hier woont de barones”, fluisterde mijn vader dan altijd vol ontzag. “Die is zó deftig, die hoeft nooit te poep’n.”
Met die fascinerende, biologische gedachte fiets ik sindsdien langs de villa. Tot vorige week, toen de details van het bezwaarschrift tegen de nieuwe woonwijk bekend werden. En wat blijkt? Mijn alwetende vader had het faliekant mis. De ‘barones’ is namelijk doodsbang dat haar riolering het begeeft met de komst van de nieuwe buren.
Heel apart wat zo’n rioolbezwaar met een mens doet, want met de kennis van nu ziet de wereld er ineens heel anders uit. Gisteren nog fietste ik weer langs de villa en voor het eerst dacht ik niet meer aan de barones, maar aan een kakmadam. Sterker nog: het rook er verdacht veel naar poep!
Zo jammer dat mijn vader het niet meer kan ruiken…
Kwibus